De 3e en 4e uitgave van 2021, jaargang 40, De sociale psychiatrie lijkt als herboren uit een soort van winterslaap tevoorschijn te komen. Overal zien we de vraag naar de SPV toenemen, nu klinieken bedden afbouwen en mensen meer in hun eigen leefomgeving behandeld worden. Een tijd waarin mensen ondersteund worden bij regie voeren over hun eigen leven en zich aanpassen aan veranderende omstandigheden. Niet het bestrijden van alle psychiatrische symptomen maar het werken aan een zinvol leven is het uitgangspunt. Hoe kunnen mensen met een psychische kwetsbaarheid toch onderdeel uit blijven maken van de samenleving en hoe kan voorkomen worden dat ze buitengesloten raken en gestigmatiseerd worden. Mogelijk is dat nog veel erger dan de ziekte zelf, want wanneer iemand het gevoel krijgt dat hij er niet meer toe doet, heeft dat een immense invloed op zijn functioneren. Meer dan eens, is de SPV de professional die als een soort verbindingsofficier de GGZ en de samenleving met elkaar moet zien te verbinden. In de sociale psychiatrie staat de wisselwerking tussen psychiatrische problemen en gebeurtenissen in de omgeving centraal. Er wordt hierbij gewerkt aan het voorkomen dat mensen door hun problemen buiten de boot vallen. Het systeemdenken is onlosmakelijk met sociaal psychiatrisch handelen verbonden. De gebeurtenissen met de Belastingdienst waarbij ouders ten onrechte beschuldigd zijn van misbruik van ontvangen toeslagen, is een voorbeeld van die wisselwerking waarbij ouders vermalen zijn in een institutioneel systeem en zij allerlei psychische klachten kregen. |
|
|
Als er iemand is die deze ontwikkeling van nabij heeft meegemaakt en mee heeft vormgegeven, dan is het Frans van der Lem. Dit boek, zijn masterpiece, laat vanuit historisch en persoonlijk perspectief zien hoe de sociale psychiatrie in de dagelijkse praktijk wordt bedreven. Dit boek is een weerslag van jarenlang opgebouwde kennis, ervaring, van theorieën en wetenschappelijke inzichten die uiteindelijk in het persoonlijk contact met de betrokkene, die worstelt met psychiatrische problemen, zijn weg vindt. Na het tijdperk waarin alles om evidence-based draaide, een tijdperk dat deels gelukkig op zijn retour is, laat van der Lem zien hoe belangrijk het is om bij dit handelen de intuïtie een wezenlijke plek te geven. De hulpvrager ervaart de eigen problemen op een unieke manier en geeft er een eigen betekenis aan, waardoor geen enkele depressie of psychose dezelfde is en ieder behandelprotocol ontoereikend is als het alleen volgens de richtlijnen wordt uitgevoerd. In dit boek krijgt ook de beleving van de hulpverlener z’n plek die het verdient. Het niet-pluis gevoel zoals van der Lem dat noemt. Meer zien dan er in de theorie beschreven staat, bewust worden van de eigen taciete kennis, reflecteren op eigen ondervonden emoties in het contact en dat vooral doen vanuit het idee dat betrokkene er beter van moet worden. Intuïtie, bewustwording en empathie worden hier gepresenteerd als het fundament waarop theorie en wetenschap een goede voedingsbodem vinden. Vanuit zijn eigen ontwikkeling, opgegroeid in een voor deze tijd immens gezin, laat Frans van der Lem zien hoe dit een rol speelt wanneer hij SPV wordt. Voor iedereen herkenbaar want de eigen ontwikkeling bepaalt uiteindelijk hoe je als professional met hulpvragers omgaat. Maar ook hoe de rol van SPV is veranderd. Van optrekkend met de psychiater naar een zelfstandige professional die een eigen onmisbare, unieke plek als behandelaar in de GGZ heeft verworven. De casuïstiek in dit boek is beeldend en treffend. De inzichten en het reflecteren op verschillende vormen van persoonlijkheidsproblematiek zullen bij de lezer waarschijnlijk een aha-erlebnis oproepen. De schaal van empathie is een instrument waarmee iedere hulpverlener zijn eigen staat van bewustzijn in het contact met betrokken hulpvrager kan bepalen. Zo zit dit boek vol met tools en praktische handreikingen, waardoor het een genot is om te lezen. Van der Lem is zogezegd het prototype van de SPV: kan systemisch denken en werken binnen de context van iemands bestaan, kan regie voeren bij complexe psychiatrische problematiek en kan als geen ander interveniëren tijdens crisis. Waarbij ook de wisselwerking tussen sociaal, lichamelijk en psychologische aspecten van het menselijk functioneren, vakkundig worden geanalyseerd. Gerard Lohuis Namens de redactie van Sociale Psychiatrie
|
|